“Ik ben nu eenmaal niet zo spontaan”

16 mei 2019 | Blogs

“He fijn, Anja is er weer! Die is altijd zo lekker zichzelf”. Hoort Debbie in de wandelgangen. Anja heeft het hart op de tong, is altijd ‘aanwezig’ en denkt weinig na voor ze iets zegt of doet: ze doet het gewoon. Debbie is het tegenovergestelde van Anja. Debbie wordt nooit zo uitbundig begroet. Terwijl zij toch ook ‘lekker zichzelf’ is. Debbie zou soms ook wel eens wat spontaner willen zijn. “Maarja, de een is nu eenmaal een primair en de ander secundair in zijn reacties.” Heeft ze eens geleerd op een training. Moet ze zich daarbij neerleggen? Of kan ze ook spontaner worden?

Techniek

In elk team zit minstens één persoon die af en toe wel wat spontaner zou willen zijn. Ik ben in bepaalde periodes in mijn leven een heel serieus teruggetrokken persoon geweest. Toen ik op de theaterschool zat was het voor mij dan ook een eyeopener toen ik de logica achter de spontaniteit ontdekte.

Tegenstrijdig

Het aanleren van spontaniteit is een paradoxale opgave uit hetzelfde hokje als: “Je moet gewoon wat meer ontspannen”, “Doe toch niet zo je best” of “Neem spontaan een bloemetje voor me mee”. De spontaniteit verdwijnt zodra je probeert om spontaan te zijn. Toch is die paradox ook deel van de oplossing.

“Neem eens spontaan een bloemetje voor me mee.”

Test

Stel je voor dat je nu twee minuten niet zou bewegen. Inderdaad; nu terwijl je dit leest. Bevries de houding waar je nu in zit zonder hem te veranderen. Niemand merkt het. Zie je je armen op het bureau? Voel je je billen op de stoel? Staan je voeten recht op de grond? Of schuin? Beweeg helemaal niets meer, behalve het knipperen van je ogen en je ademhaling.

Wat voel je nu? Krijg je ergens jeuk? Of het verlangen om je voeten anders neer te zetten? Hoor je je collega binnenkomen en wil je omkijken? Wil je lichaam iets doen? Wacht net zo lang totdat je voelt dat je wilt bewegen. Dat, wat je nu voelt, is een impuls.

De impuls

Je bent je er niet altijd van bewust, maar impulsen zijn er de hele dag door. Iedereen heeft ze. Het is continue stroom van op-poppende signaaltjes van binnen en buiten. Ze komen zowel uit gedachten, emoties, lichaamsbewustzijn als zintuigen voort. Zodra je je impulsen kunt opmerken ben je al over de helft. Het lijkt zo simpel, toch is het niet altijd even makkelijk om ze op te merken.

Vooral niet op momenten dat we spontaan ‘moeten’ zijn. Zoals in de workshop ‘improviseren’ die Anja geregeld heeft als bedrijfsuitje. Iedereen vond het leuk, alleen Debbie klapte totaal dicht. “Denk buiten de box”, “Wees origineel”, “ Zeg iets gevats” Wees spontaan”. Roept een toeter in haar hoofd. Waardoor elke andere impuls in de verste verte niet meer te horen is.

Ik werd spontaner niet door méer maar door mínder te doen.

Zie je wel, ik heb het gewoon niet in me. Denkt Debbie na de workshop, als ze op de fiets naar huis nadenkt over alles dat ze had kunnen doen en zeggen. Nu achteraf heeft ze ineens honderd ideeën. Net als na de wekelijkse teamvergadering. Wat als Debbie de oordelen over haarzelf even zou laten voor wat ze zijn en zich zou richten op het waarnemen van wat er door haar heen gaat?

Tijd verkorten

De volgende dag, in de gevreesde vergadering is iedereen druk aan het praten en zij wil best iets zeggen, maar doet het niet. Ze merkt op:” Hee ik krijg zin om iets te zeggen en ik doe het niet”.

De vergadering de week erop registreert ze al meer.

“Ik krijg nu een gedachte hoe het beter kan. Ik wordt kriebelig van deze opmerking. Ik vind de toon van dit gesprek heel vijandig, Ik krijg zin om nu nog een kop thee te pakken. Mijn been wiebelt. Ik moet naar de wc.”

 Hoe meer Debbie stilstaat bij wat ze wil doen, zonder het te doen, des te meer ze opmerkt.

 “Ik heb eigenlijk zin om nu poppetjes te tekenen in mijn aantekeningboekje want ik verveel me met dit gesprek. Kan iemand even benoemen hoe laat het is?”

Remmende gedachten

Na een tijdje wordt Debbie steeds beter in dit proces van zelfobservatie. (Daar zijn minder spontane mensen vaak extreem goed in.) Ze merkt met welke gedachten ze haar eigen spontaniteit in de weg zit. Ook die observeert ze weer, zonder er iets mee te doen.

“Wat als iemand er iets van denkt?” Wat als ze zich beledigd voelt? Wat als ze me arrogant vinden? Wat als ik teveel aan het woord ben?”

En dan ineens doet ze iets spontaans. Ze vraagt haar leidinggevende tussendoor ineens wat hij vond van haar rapport. Normaliter zou ze dit nooit zo doen.

Sinds ze er op let (zonder waarde te hechten aan de gedachten waarmee ze zichzelf de grond in ‘denkt’) merkt ze dat ze eigenlijk vaker spontaan is dan ze dacht. Ze raapt de jas op van een collega die is gevallen, ze vraagt de secretaresse naar haar weekend. Nu ze merkt dat ze eigenlijk spontaner is dan ze dacht, wordt het makkelijker om af en toe een impuls te volgen, of naar buiten te laten.

Ze is vaker ‘in het moment’.

Mindfull spontaan?

De essentie van Toneelspelen is “In het moment zijn”. Je kent de term misschien uit de mindfullness of meditatie. Ook acteurs zoeken continu naar deze staat van zijn, waarin er zo weinig mogelijk tijd (en oordelen of bijgedachten) zitten tussen het moment dat de impuls opkomt en het moment dat je je er bewust van wordt.

Sinds ik zelf leerde om meer “in het moment” te zijn werd ik een stuk spontaner. Ik dacht altijd dat ik moest stoppen met denken. Het tegendeel bleek waar te zijn. Ik gebruikte juist mijn scherpe geest, om nog bewuster te worden. Ik dacht ook altijd dat ik méer moest doen. Terwijl minder doen, juist het antwoord bleek te zijn.

Debbie merkt haar impulsen nu op en speelt ermee als een actrice. Niet omdat ze probeert spontaan te zijn. Maar omdat ze het idee van hoe “spontaan” er uit ziet los heeft gelaten en reageert op wat er gebeurt.

Stuntelen

Debbie lijkt ondertussen nog steeds niet op Anja, maar voelt zich wel vrijer en op meer plekken op haar gemak. Ze stuntelt zich langzaam aan steeds spontaner. Soms onderbreekt ze zelfs iemand halverwege een zin. Of zegt iets doms en daarna: oh nee sorry dat is natuurlijk niet waar. Iemand anders zou zich schamen, maar Debbie is dan trots op zichzelf.

In de startblokken

Nu Debbie de smaak te pakken heeft zet ze door. Ze schrijft zich in voor een cursus Taekwando, ze neemt een proefles bij een zangdocent, s’ochtends voor ze naar haar werk gaat doet ze ochtendgymnastiek. En ze merkt: spontaan zijn gaat steeds makkelijker.

Als ze een lastig gesprek heeft met haar leidinggevende dan oefent ze niet het hele gesprek in haar hoofd, maar ze gaat een rondje hardlopen. Op die manier is ze meer in contact met haar lichaam, staan haar zintuigen op scherp en lukt het nog beter om te reageren op de situatie in plaats van de hele situatie te willen controleren met haar hoofd.

Acteren is reageren

Ze overweegt zelfs een cursus improvisatie theater te gaan doen, om voor eens en altijd van haar angst af te zijn. Aan de andere kant; die schreeuwerige docent daar ziet ze toch niet zo naar uit. Nee, ze doet het op haar eigen manier.

Wat als we af en toe de rollen omdraaien?

Debbie wordt langzaamaan steeds spontaner. En Anja? Die is nog steeds haar flapuiterige zelf. Terwijl haar collega’s zuchten “Kan Anja nou nooit eens een keer nadenken voordat ze iets doet?!” glimlacht Debbie vanbinnen.

Over de schrijver

Natasha Schulte is oprichter van Studio Spaak en geeft workshops, leidt nagesprekken en schrijft blogs en scenes op maat.

Wil jij live een show + workshop bijwonen?

Kom dan naar het volgende Zo ben ik nu eenmaal event op 7 februari 2020
Klik hier voor meer informatie